Laaggradig glioom (graad 2)

hersentumor laaggradig glioom informatieLaaggradige gliomen zijn hersentumoren gliomen die in graad 1 of 2 van de classificatie WHO 2016 hersentumor classificatie vallen. De graad 1 van de laaggradige gliomen komen praktisch alleen bij kinderen voor. Over de graad 2 laaggradige gliomen gaat dit artikel.

Symptomen

  • Epileptische aanvallen (insulten) zijn meestal het eerste symptoom
  • (Subtiele) gedragsverandering en stemmingsstoornissen
  • Soms zijn er geen klachten en wordt de tumor toevallig ontdekt, wanneer er een scan om een andere reden gemaakt wordt.

De volgende symptomen komen minder vaak voor, omdat een laaggradig glioom meestal  langzaam groeit en dus weinig druk en weinig schade aan het hersenweefsel geeft:

  • Veranderingen in het denken, onthouden en gedrag
  • Neurologische uitval, zoals zwakte of verlamming in een lichaamshelft, stoornissen van het zien en problemen van taal en spraak.
  • Hoofdpijn

Diagnose

Het laaggradig glioom is een langzaam groeiende tumor, meestal bij volwassenen tussen de 20 en 50 jaar. Op een MRI gaat het meestal om een vaag begrensde tumor die geen contrastmiddel opneemt.

Onderzoek van het weefsel is nodig om de diagnose te bevestigen. Bij weefselonderzoek kan ook het type glioom worden vastgesteld:

  • Laaggradig astrocytoom
  • Laaggradig oligodendroglioom
  • Laaggradig oligo-astrocytoom (meng-glioom)

De oligodendrogliomen hebben gemiddeld een betere prognose dan de astrocytomen. De prognose van de oligo-astrocytomen (meng-gliomen) zit hier tussenin. Voor de prognose zijn ook de moleculaire kenmerken van belang, zoals de 1p/19q-codeletie (zie Soorten gliomen en moleculaire veranderingen).

Kwaadaardig of niet?

Een graad 2 glioom, zoals dat bij volwassenen voorkomt, groeit in de regel langzaam en geeft daarbij weinig of geen neurologische uitval. ‘Laaggradig’ betekent echter niet dat de tumor ook goedaardig is. Helaas ontwikkelt een laaggradig glioom (graad 2) zich in de loop der tijd vrijwel altijd tot een meer kwaadaardig glioom (graad 3/4).

Behandeling

De noodzaak tot behandeling hangt sterk af van de ernst van de klachten, de grootte van de tumor en de lokalisatie van de tumor in de hersenen.

Het verwijderen (resectie) van de tumor kan de klachten verbeteren, maar het is zelden mogelijk om de tumor volledig te verwijderen. Het vroeg opereren – zodra de tumor ontdekt wordt – zorgt mogelijk voor verbetering van de levensverwachting. Omdat een operatie ook risico’s geeft op neurologische uitval (zie Neurochirurgie), moeten de voor- en nadelen van een operatie altijd goed afgewogen worden.

Na een operatie waarbij een groot deel van de tumor is weggenomen, is aanvullende behandeling vaak niet direct nodig.

Aanvullende behandeling – dus een andere behandeling dan een operatie – kan nodig zijn wanneer:

  • een tumor weer groeit na een eerdere operatie
  • een tumor tekenen vertoont van meer agressieve (hooggradige) groei
  • een operatie niet mogelijk is, of slechts beperkt mogelijk, en er toch een noodzaak voor behandeling is.

Als er aanvullend behandeld wordt, is radiotherapie de meest gebruikte optie. Recente onderzoeken wijzen erop dat sommige patiënten met een laaggradig glioom kunnen profiteren van chemotherapie (in plaats van radiotherapie, of direct volgend op radiotherapie).

De hersentumor informatie website


  Zwart op wit  

de beste hersentumor informatie!  


Deze website is mede mogelijk gemaakt dankzij de steun van

Stichting STOPhersentumoren.nl